Interview

Schoonheid & solidariteit: interview met Eva Oosters

Haar liefde voor theater ontstond toen ze op haar vierde als konijn op het podium stond. Nu is ze wethouder van Cultuur in Utrecht. Eva Oosters: ‘Kunst kan moeilijke thema’s bespreekbaar maken, maar brengt ook licht, schoonheid en hoop.’

Met de cultuurnota Kleur Bekennen – op basis waarvan cultuurinstellingen wel of geen subsidie kregen toegekend – heeft ze een aantal pijnlijke beslissingen moeten nemen. Toch is Eva Oosters positief over het huidige ‘culturele ecosysteem’ in Utrecht. ‘Er is steeds meer samenhang tussen de verschillende cultuurlagen in de stad: van de creatieve broedplekken die de humuslaag vormen en waar aanstormend talent zich ontwikkelt, tot de wat grotere presentatieplekken, en uiteindelijk de gevestigde instellingen als de grote zaal van de Stadsschouwburg. Die heb je allemaal nodig voor een gezonde cultuursector.’ Een sector die wat haar betreft onmisbaar is voor de leefbaarheid van de stad – zeker in tijden van hevige polarisatie.

Gevestigde instellingen kunnen de jongere generatie kunstenaars helpen

Wat is volgens jou de rol van cultuur in deze onzekere, spannende tijden?

‘Die is groot. Culturele instellingen kunnen moeilijke maatschappelijke thema’s bespreekbaar maken, zoals lgbtqia+ en de oorlog in Gaza. Juist kunstenaars hebben het vermogen en het lef om dat te doen. Waarmee ik trouwens niet wil zeggen dat cultuur daarvoor op aarde is. Kunst is ook schoonheid, licht en hoop, zonder dat het direct alle wereldproblematiek hoeft op te lossen.’

De cultuurnota gaat heel erg over diversiteit en inclusie, en over een nieuw publiek aanspreken met cultuur. Dat blijkt nog best ingewikkeld.

‘Ja, in voorgaande jaren dachten we dat een andere programmering ook andere doelgroepen aantrekt. Als de Stadsschouwburg of TivoliVredenburg maar divers genoeg programmeert, was het idee, dan bereiken ze vanzelf een divers publiek. Dat blijkt niet zo te werken.

Om echt een bredere groep aan te spreken, heb je inititatieven nodig die niet alleen vanuit de gevestigde cultuurinstellingen opereren, maar waar bewoners en andere culturele makers zelf de regie hebben. Denk bijvoorbeeld aan de wijkcultuurhuizen, waar bewoners zelf regie hebben over het aanbod. Maar ook een instelling als Freedom City, die de street culture in Utrecht voor het voetlicht brengt, zorgt voor een breder bereik in de stad. En natuurlijk de Sint Maartenparade!’

 

Er wordt ook veel nadruk gelegd op solidariteit. Kun je dat toelichten?

‘Het is altijd een zoektocht: hoe kunnen we zorgen dat organisaties die geen structurele subsidie krijgen, toch kunnen doorgroeien? Daarvoor doen we een beroep op instellingen die wel een superstevige basis hebben in de stad en ook ondersteuning krijgen vanuit de gemeente. Zij kunnen de jongere generatie kunstenaars helpen. Met adviezen, maar ook door meer jong talent te programmeren. Dat zie je ook terug in de nachtregeling die recent is opgesteld. Grotere instellingen hebben samenwerkingen met kleinere, zodat die geen aparte subsidieaanvragen hoeven doen. Zo werk je solidair en bundel je krachten. De samenwerking tussen TivoliVredenburg en House of Hiphop is hiervan een mooi voorbeeld.’

Veel culturele organisaties zijn hun subsidie kwijtgeraakt. Hoe ga je daarmee om?

‘We hebben 73 instellingen uiteindelijk kunnen financieren met de vierjarige subsidieregelingen en 13 met de twee­jarige. Dat is een enorm aantal, meer dan voorgaande jaren. Maar er was wel een zaaglijn, omdat het budget was overvraagd. Er zijn ook instellingen die daar net onder vallen, maar die wel van hele grote waarde zijn voor de stad. Dat is een enorme worsteling. Ik heb veel pijnlijke gesprekken gevoerd het afgelopen jaar. Met vooral het gevoel dat ik ook niet echt iets heb om ze te troosten. Het is alleen maar slecht nieuws voor zo’n instelling.’

Niet leuk.

‘Nee, helemaal niet. Toen ik begon als wethouder van cultuur, sport en evenementen zei iedereen: “Wauw, wat een superleuke portefeuille.” Dat is het natuurlijk ook, maar zeker niet altijd. En toch ben ik er heel erg trots op dat er echt wel vernieuwing is ontstaan in het Utrechtse culturele veld. Ik ben ook heel blij met de extra steun die we de afgelopen jaren aan nachtcultuur en street culture hebben gegeven.’

Wat is de belangrijkste koerswijziging voor de nachtcultuur?

‘De erkenning dat die de voedingsbodem is voor andere delen van de cultuursector. Veel makers beginnen in de veiligheid van het donker van de nacht.’

En waarom hebben jullie zo ingezet op street culture?

‘Street culture raakt weer een heel ander deel van de stad dat wij als gemeente niet zo dichtbij hebben. We hadden een bijeenkomst op het stadhuis waar heel veel mensen uit de scene naartoe kwamen. Zij vertelden over hoe zij zich niet gezien, gehoord en gerepresenteerd voelen in de politiek en het bestuur – en dus eigenlijk door de gemeente als geheel. Dat was een directe, heldere boodschap. Als wij de scene echt willen helpen en serieus nemen, dan is er meer nodig dan af en toe een keertje vragen “Hoe is het met jullie?” Gelukkig staan House of Hiphop en Freedom City in de cultuurnota en kunnen ze rekenen op subsidie.’

Ik heb veel pijnlijke gesprekken gevoerd het afgelopen jaar

Hoe ben jij cultuurliefhebber geworden?

‘Ik kom uit Ammerstol, een klein dorp van 1500 inwoners, vlakbij Gouda. Op de basisschool hadden we één keer in de maand woensdagochtendviering. Dan mocht je zelf iets doen op het podium. In groep 1 stond ik als konijn op het podium en mocht ik heel hard in de microfoon praten. Vanaf dat moment ben ik een groot fan van theater. Ik ging wekelijks met de bus door de polder naar het jeugdtheaterhuis Gouda waar ik mijn hele jeugd veel tijd heb doorgebracht. In mijn familie zijn veel theaterliefhebbers. Wij gingen één keer per jaar met alle nichtjes en neefjes en onze opa en oma naar een voorstelling in de Goudse Schouwburg. Dat maakte een enorme indruk op mij als kind. Later ontdekte ik musea en architectuur. En ik houd van lezen en film, ik ben vaak in de Utrechtse filmhuizen te vinden. En natuurlijk ben ik voor mijn werk veel op pad en zie ik van alles. Daardoor ben ik nu wel echt een hypergebruiker.’

Heb je onlangs iets gezien wat je erg heeft geraakt?

‘The Almighty Sometimes van Theater Oostpool vond ik een heel indrukwekkend stuk. Het gaat over iemand die psychisch zwaar in de knoop zit, hoe dat escaleert en de gevolgen daarvan voor haar directe omgeving. Er zaten huilende mensen in de zaal, zo aangegrepen waren ze door de manier waarop het verhaal werd verteld. Dat is dus wat kunst kan doen.’

Mis niks!
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! 👇

Meld je aan voor de Uitmail, Kidsmail of Festivalmail.

Aanmelden voor de nieuwsbrief