In ons nieuwe huis stond nog een grote oude kluis van de vorige bewoner. ‘Handelsvereniging Java Samarang,’ stond erop. Een kluis uit het VOC-tijdperk! Mijn vriendin stamt uit een familie van tot slaaf gemaakten, dus leek het ons niet gepast de kluis in huis te houden. Ik met mijn joodse achtergrond wil ook geen nazikluis in de gang hebben staan. Al ben ik dan wel weer zo opportunistisch om er een slaatje uit te willen slaan. Online zocht ik naar vergelijkbare kluizen. De duurste was zo’n 13 duizend euro. Ik zette een ‘bieden’-advertentie op Marktplaats, getiteld ‘Kluis uit VOC-tijd’. Ook belde ik een antiekwinkel om te vragen wat die kluis nou eigenlijk echt waard is. Daarop kon de aardige mevrouw die ik aan de lijn had geen antwoord geven, maar ze had interesse en ik mocht foto’s opsturen. Op Marktplaats kreeg ik intussen een reactie: ‘Toen deze kluis gemaakt werd bestond de VOC al 250 jaar niet meer, klootzak.’ Ook kwamen er biedingen binnen, tussen de 200 en de 500 euro. Een Marktplaatsadvertentie uitonderhandelen is als het daten met meerdere vrouwen tegelijk. Je houdt iedereen aan het lijntje tot je zeker weet dat je de leukste en lekkerste hebt. Maar als je niet snel genoeg reageert, veranderen sommige belangstellenden in gekkies. ‘HALLO??????’ En een halfuur later: ‘DAN NIET, KANKERLIJER.’ De antiekmevrouw mailde me wat ik voor de kluis wilde hebben. Maar dat was nou juist wat ik van háár wilde weten. Ik besloot te bluffen en vroeg er 1500 euro voor. ‘Dat is te veel voor ons, succes met je verkoop,’ stuurde ze terug. Waarop ik zelf in een Markplaatsgekkie transformeerde. ‘WEET IK VEEL HOEVEEL DIE KLUIS WAARD IS, MARGREET! IK NOEM GEWOON EEN BELACHELIJKE PRIJS OM DAARACHTER TE KOMEN!’ En terwijl mijn frustratie groeide, kreeg ik via Marktplaats ook nog de vraag: ‘Werken de sleutels?’ Dat deden ze niet. Ik gaf geen antwoord. Maar toen was daar Klaus. Klaus wilde de kluis. De antiekhandelaar uit Duitsland was bereid om een rit van zeven uur naar Utrecht te maken. Dan moest dat ding toch wel wat waard zijn? We kwamen uit op 350 euro, en op het afgesproken tijdstip parkeerde Klaus zijn bestelbus op mijn stoep. Hij wilde de kluis al op z’n steekwagen zetten toen hij besloot toch even de sleutels te proberen. ‘Scheisse,’ hoorde ik hem brommen, ‘was ist das denn wieder?’ Ik trok de vermoorde- onschuldkaart en zei: ‘Ich habe es nicht gewusst.’ Wat me gezien mijn familiegeschiedenis een toepasselijk antwoord leek. Intussen klonk buiten een toeterende auto die erlangs wilde. Klaus vloekte, drukte mij gauw twee briefjes van honderd euro in mijn handjes en reed scheldend naar zijn volgende antiekadresje. Mijn joodse oma zou trots op mij zijn. Daan Boom is programmamaker, muzikant en komiek en woont in Utrecht.